17 oktober 2023

Defensie erkent nut van hulphonden voor veteranen

Of ze nu buddyhonden, hulphonden of assistentiehonden worden genoemd, onderzoek heeft aangetoond dat ze een toegevoegde waarde hebben voor mensen met een trauma. Na de Nationale Politie is het ministerie van Defensie daarvan inmiddels ook overtuigd. Het Nederlands Veteraneninstituut en het Landelijk Zorgsysteem Veteranen hebben de opdracht gekregen om te inventariseren hoe groot de behoefte aan een speciaal opgeleide viervoeter is bij veteranen met PTSS.

Tekst: Fred Lardenoye

“We gaan een conceptregeling maken voor het aanschaffen van een hulphond, daar hebben we ook om gevraagd,” vertelt Wynand Visser, hoofd Maatschappelijk Werk, Preventie en Nazorg van het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)). “Dat komt ook omdat wij al langer samenwerken met een aantal partijen die honden leveren. Demissionair minister van Defensie Ollongren heeft om een uitvoeringsregeling gevraagd, omdat zij wil erkennen dat honden een belangrijk hulpmiddel zijn voor veteranen met PTSS. Dat is een heel belangrijke stap. Het is ook op basis van diverse onderzoeken.”

Inventarisatie

Samen met het Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV) heeft het NLVi eerder aan het ministerie van Defensie geadviseerd ‘om eventueel hulphonden in te zetten bij veteranen die na het doorlopen van tenminste twee vormen van traumabehandeling nog (rest)klachten ervaren’.
Behalve naar de uitvoeringsregeling, gaan ze nu ook kijken naar het aanbod van hulphonden. “Het gaat ook over de beschikbaarheid van honden. De vraag is momenteel groter dan het aanbod. Dat komt voor een deel nog door corona, maar ook door de toenemende vraag,” zegt Visser, die benadrukt dat op dit moment hulphonden wel kunnen worden aangevraagd.    
Het ministerie van Defensie droeg al bij aan de kosten van het onderhoud van de hulphond in het kader van de Bijzondere Regeling Defensie voor dienstslachtoffers. Visser: “De minister heeft nu ook toegezegd dat zij wil gaan bijdragen in de opleidingskosten. We zijn al in gesprek met diverse opleidingscentra voor hulphonden.”
Visser verwacht dat het concept voor de uitvoeringsregeling eind dit jaar aan het ministerie kan worden aangeboden en dat vanaf volgend jaar Defensie ook gaat bijdragen aan de kosten voor de opleiding.     

Hulphond Nederland
Inmiddels zijn er meerdere erkende opleidingen voor hulphonden. Daarvoor is een goedkeuring nodig van Assistance Dogs Europe (ADeu), een Europese organisatie die erop toeziet dat de opleiding aan de eisen voldoet. Het oudste Nederlandse opleidingsinstituut voor hulphonden, KNGF Geleidehonden, voldoet hieraan. Maar ook de vooral door voormalig Commandant der Strijdkrachten, generaal Peter van Uhm, bekend geworden stichting Hulphond Nederland, is erkend. Inmiddels zijn daar Assistentiehond Gelderland en Bultersmekke Assistancedogs (BMA) bijgekomen.
Monique Egbers (60) is zo’n beetje de meest ervaren opleidster van stichting Hulphond Nederland. Zij is blij met de door Visser geschetste ontwikkeling. “Hierdoor kunnen wij meer hulphonden voor PTSS’ers gaan opleiden. Tot voor kort waren we puur afhankelijk van donaties, die bijvoorbeeld door de stichting Hulp voor Helden werden gedaan dankzij de jaarlijkse Walk for Veterans. Volgend jaar kunnen we in plaats van 5 tot 10 al meer honden opleiden omdat de politie een deel vergoedt.“ De totale kosten voor een hulphond lopen al gauw op tot zo’n 43.000 euro.

Epilepsie
Egbers begon als vrijwilliger bij een Hulphondenschool in Drente. “Toen die school met twee andere scholen samenging in Hulphond Nederland kon ik solliciteren naar een baan als trainer. In juli 2001 ben ik begonnen als trainer van hulphonden voor mensen met een fysieke beperking.” Later werd ze begeleider bij gastgezinnen voor hulphonden, cliëntinstructeur van mensen met een ADL-Hulphond en cliënteninstructeur voor mensen met epilepsie. “Daar kwamen de PTSS-Hulphonden bij, want die werken net als Epilepsie-Hulphonden via lichaamssignalen. Er komt een aanval van epilepsie en die hond leert daar dan op te reageren. Dat doen PTSS-Hulphonden ook als een veteraan bijvoorbeeld spanning opbouwt of als hij gefrustreerd of boos is. Je kunt een hond erop trainen dat hij dat signaleert en de cliënt dan leren te reageren op de hond, zodat deze weer rustiger wordt.”

Nachtmerrie

Bekend zijn de spotjes van een veteraan die uit een nachtmerrie wordt gehaald door een hulphond. Egbers legt uit dat veteranen met PTSS vaak moeite hebben om in slaap te komen of om na een nachtmerrie weer in te slapen. “Dat komt omdat zij vaak vervallen in dezelfde nachtmerrie. Je vraagt dan aan de partner wat een veteraan dan laat zien, bijvoorbeeld dat hij zwaar begint te ademen of onrustig begint te woelen. Dan kunnen we een hond erop trainen dat hij daarop reageert door erbij te gaan liggen. Of dat hij vervolgens met zijn neus tegen de veteraan aanduwt.”
Zo wordt een hond geleerd om steeds meer handelingen uit te voeren als dat nodig is. En dat hij desnoods op bed springt. “Dan gaat zijn baasje hem aaien en wordt vanzelf rustiger. Uiteindelijk hopen we dat een hond al in een vroeg stadium reageert zodat diegene helemaal niet meer in die nachtmerrie komt. Dan durven veteranen weer te gaan slapen, waardoor zij hun batterij kunnen opladen. Zo hebben zij ook weer energie als ze de dag beginnen.”
Op dezelfde manier worden de honden opgeleid om overdag spanningen bij hun baasje te signaleren. “Ze leggen dan bijvoorbeeld hun poot of hun hoofd op de schoot, waardoor de spanning gebroken wordt. Of ze leiden een veteraan uit een drukke omgeving naar een rustige plek. Zo’n veteraan voelt vaak zelf niet dat hij begint te zweten of een verhoogde ademhaling of hartslag heeft. Door de reactie van de hond leert hij of zij daarmee om te gaan.” 

Intensieve opleiding
De opleiding van een hulphond kost dan ook veel tijd. Als pup van acht weken gaat hij voor de basisopvoeding eerst naar een gastgezin. Op de leeftijd van 16 maanden komt de hond naar het trainingscentrum in Herpen waar hij verder opgeleid en aan een cliënt gekoppeld wordt. Egbers: “Daarvoor moet er dan wel een klik zijn met de cliënt. We beginnen dan met acht keer een training per week, voordat hij blijft slapen. We begeleiden de cliënt met de verzorging van de hond en alles wat daar bij hoort, maar tegelijk gaan we de opdrachten en vaardigheden aanleren. Dus zeker het eerste jaar is de begeleiding intensief. Dat wordt dan langzaam afgebouwd, maar wij blijven dat het hele werkzame leven van de hond monitoren tot hij op zijn 10e jaar met pensioen gaat.”
Of iemand daarna een nieuwe hond krijgt, is niet altijd het geval. “Sommigen kiezen ervoor om de hond ook na zijn pensioen te houden, zonder hulphond-dekje uiteraard. Vaak is het zo dat iemand zegt: ‘Ik heb geleerd met mijn beperkingen om te gaan, ik hoef geen hulphond meer’.” Het hangt ook af van de vorderingen die een veteraan heeft gemaakt. “Wij kijken daar kritisch naar, dus het is niet vanzelfsprekend dat men een vervangende hond krijgt. Net zo goed als dat elke nieuwe cliënt aan bepaalde criteria moet voldoen, zoals bijvoorbeeld dat hij of zij geen verslaving mag hebben of agressief gedrag vertoont tegenover mensen of dieren.”

Geen match
Overigens is er niet altijd een match tussen een hulphond en een veteraan. Het gebeurt ook dat een veteraan uiteindelijk tot de conclusie komt dat het hebben van een hulphond teveel van hem vraagt. Egbers: “Dat komt niet zo heel vaak voor. Soms lijkt het een match, maar als zij het dan alleen moeten doen, blijkt het te intensief te zijn voor de cliënt of de hond. Of iemand blijkt niet consequent genoeg te zijn. Je hebt ook mensen die zelf afhaken omdat ze denken: ‘Nu word ik er nog meer op geattendeerd dat ik PTSS heb’.”
Egbers benadrukt dat het een misvatting is dat een hulphond de oplossing van alle problemen is. “Sowieso geldt dat je zelf ook aan de slag moet. De hond lost het niet voor je op, die maakt je alleen bewust van hoe het werkt en wat er gebeurt met jou.” Veteranen moeten er ook rekening mee houden dat allerlei mensen de hond willen aaien, terwijl dat niet de bedoeling is. “Het komt ook voor dat de toegang geweigerd wordt, ook al mag dat wettelijk niet. In winkels, in vakantiehuisjes, je moet nog steeds op veel plekken uitleggen wat een hulphond is.” 

Universeel dekje
Om dat laatste te voorkomen, dragen de honden herkenbare dekjes. Probleem is dat elke organisatie een eigen dekje gebruikt en dan zijn er ook nog veteranen die hun eigen hulphond opleiden. Egbers: “Je kunt tegenwoordig zelfs dekjes kopen en daar van alles op zetten voor honden die niet zijn opgeleid.” Visser heeft ook ervaring met veteranen die zelf een hulphond hebben aangeschaft bij nog onbekende aanbieders. “Wij gaan alleen in zee met gecertificeerde aanbieders. Een universeel dekje is wenselijk, ik weet dat KNGF en Hulphond Nederland, maar ook het ministerie van VWS, daarmee bezig zijn.”  
Wat ook niet helpt, zijn de verschillende benamingen. De bekendste is ‘hulphond’, maar ook ‘buddyhond’ wordt vaak gebezigd en de politie gebruikt ‘assistentiehond’. Egbers en Visser denken dat de laatste naam het uiteindelijk zal gaan winnen omdat ‘assistence dog’ internationaal al de gangbare term is. Egbers hoopt dat een universele benaming ook bijdraagt aan de kennis over deze honden in de maatschappij. “Want het is zo’n heerlijk en belangrijk werk om te doen. Je kunt mensen echt een stapje verder helpen. Ze weer leren om te genieten van het leven, perspectief te hebben en deel uit te maken van het gezin.”

Lees het uitgebreide artikel, inclusief een interview met oud-marechaussee Bert van Hedel, in de op 13 oktober verschenen uitgave van ons ledenmagazine Interventie. De complete uitgave van Interventie kun je ook lezen via onze website of ledenapp.

Meer over:
Veteranen